woensdag 8 februari 2017

Géén reisblog

8 februari 2017


Sinds kort schrijf ik niet alleen reisverhalen voor printmedia (kranten* en weekbladen) maar ook voor virtuele media. Nu deed ik dat al een tijdje met regelmatige onregelmatigheid op mijn eigen blog, maar dat werd maar weinig gelezen. En je schrijft toch om gelezen te worden. Nu kon ik twee dingen doen. Heel veel tijd en moeite steken om van mijn blog een goed gelezen reisblog te maken. Of aanhaken bij een reeds bestaand reisblog.

Enig idee hoeveel reisblogs er al bestaan? Honderden, duizenden wereldwijd. Om je daartussen te manoeuvreren en op te vallen moet je je wel op een heel bijzondere manier onderscheiden. Ik heb daar wel ideeën over, maar geen tijd. En dan nog is het de vraag of je een publiek trekt. Nee, de enige manier waarop ik me op dit moment kan onderscheiden, is géén reisblog te hebben.

Als reisjournalist kom ik op veel plekken, maar mijn verhalen landen vaak maar een keer: in de krant. Die na een paar dagen tot oud papier of kattenbakvulling is gedegradeerd. Maar ik wil zo graag mijn verwondering over steden, regio's, landen en mensen met veel meer lezers delen. En het liefst op een manier die wat langer houdbaar is. Op het wereldwijde web dus. Ik ging op zoek naar een blog waar ik me bij zou willen aansluiten - als ze me zouden toelaten natuurlijk.
Aan de rand van een uitgedoofde vulkaan in Nicaragua. Foto: Gijs Hardeman

Die van Reishonger sprak me het meeste aan. Reishonger** is niet echt een blog. Online magazine is een betere omschrijving. Na een kennismakingsgesprek met de oprichter Martijn (lees het verhaal over hoe hij en zijn vrouw Dionne op het idee kwamen) kon ik aan de slag. Mijn eerste twee artikelen over de Vogezen en Ameland zijn inmiddels verschenen. Ik hoop dat er nog vele volgen. Ik heb honger! 

Koeien melken in Costa Rica
Koeien melken in Costa Rica. Eigen foto.

* Als freelance (reis)journalist schrijf ik voor de reisbijlage van NDC mediagroep. De bijlage verschijnt bij de Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden. Ook verzorg ik de reispagina in de weekbladen van NDC mediagroep.  Een deel van mijn artikelen wordt geplaatst op de website van de kranten. Binnenkort presenteert NDC een nieuwe reis-website, waar ik ook bijdragen aan mag leveren. Zodra die website live is, laat ik dat weten.
** Reishonger is een van de grootste online reismagazines van Nederland en België. De website trekt maandelijks door meer dan 100.000 unieke bezoekers. Ook op social media is Reishonger in trek: Facebook: + 35.000 volgers, Twitter: +9000 volgers, Instagram: 6000 volgers (stand van zaken 8-2-2017).

Foto's: Pixabay (tenzij anders vermeld)




















maandag 17 oktober 2016

Bont en hond


Jassen van zeehondenbont, poolvosstaarten en kleden van rendierhuid: ik ben niet in een dure foute winkel maar in een souvenirszaak in Kusaamo, Fins Lapland. Naast de gebruikelijke koelkastmagneten, knuffels en ansichtkaarten verkopen ze hier dus hele andere dingen:

Staarten van poolvos, €12,90
Een jas van zeehondenbont hangt naast de messenuitzet.
 Rendierhuid, €119 per stuk
Gelukkig ook traditionele elandenknuffels voor de toerist die niet zo van het bont is.
In Finland doen ze niet moeilijk over tweedehands jassen en sjaaltjes gemaakt van eerstehands dieren. Ik ben anti-bont, dus het was wel even slikken toen ik in dit gebied rondom de poolcirkel rondreisde. Hier is een jas met bontkraagje wel het minste waarmee je rondloopt. Behalve ik, dan.
Ik verbaas me en verwonder me. Want dat doe je als je op reis bent. Je komt in culturen die er nu eenmaal andere maatstaven, gewoontes en levensstijlen op na houden. En in Fins Lapland is bont heel normaal. Punt. Deal with it.  

Mijn verwondering werd die reis alleen maar groter. Ik ontmoette namelijk de Wolfman, 'Susi'. De Wolfman hult zich dag in dag uit van top tot teen in bont en leer:
Susi, de Wolfman
Toch is Susi een enorme dierenliefhebber. Hij is eigenaar van een husky-'farm' in Kuusamo van waaruit hij huskysafari's organiseert. De voormalig elektricien kwam in 1998 met één hond naar Kuusamo. Een jaar later startte hij met acht honden de huskyfarm, nu wonen er meer dan tweehonderd. Je begrijpt meteen waarom hij in the middle of nowhere zit, want het geblaf van tweehonderd honden.... daar doe je niemand een plezier mee.

Susi (Fins voor wolf) kent alle honden bij naam en karakter. Zo kan hij perfecte teams samenstellen: huskytochten kunnen alleen goed verlopen als de honden die de slee trekken een goed en uitgebalanceerd setje van zes vormen. Zijn husky's wonen hun hele leven op de farm. Honden die te oud zijn, gaan met pensioen. Ze worden ingezet om de jonkies op te voeden en mogen naast een paar sociale taken van hun rust genieten. Puppy's gaan vanaf hun eerste verjaardag mee op husky-safari.


Is dat dan geen dierenmishandeling, die honden voor een slee met toeristen? Dat vroeg ik me natuurlijk ook af. Volgens Susi trekken husky's al tienduizend jaar sleeën voort. De Sami, het oorspronkelijke volk van Lapland, werkt al eeuwen met deze honden. Ze zijn het gewend en ze willen graag, het zit in hun karakter, aldus de Wolfman. En dat blijkt als we eenmaal bij de slee zijn die ons door het winterse Finse landschap gaat voorttrekken. Maar niet voordat we alle veiligheidsinstructies hebben aangehoord. En die komen erop neer: de veiligheid van de honden staat op 1, de veiligheid van de mensen die op de slee zitten op 2. De slee staat klaar, de honden blaffen de longen uit hun lijf. Maar zodra ze mogen rennen, is het stil en het enige wat je hoort is het gekraak van de sneeuw onder de slee.

Moeilijk is het niet, huskysleerijden, wel zweten geblazen, af en toe. Een gaat in de slee zitten (op een kleedje van rendierenbont en onder een dekentje, want het is berekoud als je stilzit), de ander staat achterop en 'stuurt'. Hoewel sturen, het is hard werken achterop. Je vormt namelijk samen met de honden een team, zoals Susi het mooi verwoordt. En dat betekent: meerennen als het parcours omhoog gaat en remmen als je naar beneden roetsjt. Anders kan de slee de honden gaan inhalen, met alle gevolgen van dien. Dat rennen achter zo'n slee is nog wel een dingetje: soms gaat het honderden meters langzaam omhoog en jij loopt in een soort astronautenpak je de longen uit het lijf. De opluchting is groot als de top van de helling bereikt is, maar uitrusten is er niet bij: nu moet je weer met je volle gewicht op de rem staan. Gelukkig zijn er ook genoeg stukken waar het parcours vlak is en waar je om je heen kunt kijken en genieten van het mooie landschap:


Af en toe wordt er gepauzeerd. Niet voor de mensen, maar voor de honden. Dit gaan dan lekker in de sneeuw liggen rollen en puffen even uit. En o ja: de mensen mogen wisselen van taak.

Zo'n huskytocht ziet er vanaf hondenkonthoogte zo* uit: 

video

*voor het filmpje heb je Flash nodig, helaas ondersteunt Apple dit programma niet. Filmpje is nota ben met een iPhone gemaakt...

Weer terug bij de rendierfarm, mogen de honden verder van een vrije dag genieten. Morgen mogen ze weer. Susi leidt je nog wel even tactisch langs de puppies, die natuurlijk geaaid en geknuffeld mogen worden:


Om je vervolgens naar zijn souvenirshop te begeleiden.


Hier hangt een lijst waarop je kunt aangeven waar je woont. Je bent niet de eerste.... Deze winter alleen al zijn er mensen uit meer dan zeventig landen langs geweest.

Als je je herkomst genoteerd hebt, laat Susi je zien wat er zoals te koop is. Ook aan merchandise geen gebrek. Want Susi mag er dan wel rondlopen als een wilde, aan commercieel inzicht ontbreekt het zeker niet. Bont en hond, het gaat prima samen hier in Lapland. 

Ik schreef ook een artikel over mijn reis door Fins Lapland. Het verscheen 18 oktober 2016 in de bijlage Reis! van de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden. Je kunt de bijlage hier lezen. Het Laplandverhaal staat op pagina's 14-15. 
Met dank aan Henk van der Kooi van BBI Travel uit Eelde! 


Susi en zijn husky's:
Erä Susi (‘wilde wolven’) 
Locatie: Ruka/Kuusamo, Lapland, Finland








vrijdag 8 juli 2016

Een koe als souvenir

Dat was wel het laatste waar ik mee thuis dacht te komen.
Een koe.
Dit is 'r:

Ze heet Golosa en is van het Italiaanse ras Pezzata Rossa. Gelukkig mag ze blijven wonen op die groene, sappige alpenwei in de regio Valsugana in de provincie Trentino, Italië waar ik haar voor het eerst ontmoette.
Sinds 28 juni 2016 ben ik officieel adoptiemoeder van Golosa. Dit zijn de adoptiepapieren, inclusief een hoeftekening (zampa sinistra, linkerpoot) van haar:


Ze woont op Malga Fratte (boerderij Fratte) in Altopiano del Venneza, samen met een stuk of honderd andere koeien, geiten, paarden, ezels, varkens, kippen, honden en katten.

Dit zijn de boer en boerin:


Ze maken van de melk allerlei zuivelproducten en die verkopen ze in hun mini-winkeltje.  Naast kaas en ricotta maken ze hier een overheerlijke Vezzenakaas, die we uitgebreid mochten proeven. 

Malga Fratte is een van de 12 boerderijen in Valsugana, Trentino die meedoet aan het project Adopteer een Koe, oftewel Adotta una mucca. Met deze actie, 12 jaar geleden gestart, genereren de boeren een beter inkomen, want echt breed hebben ze het hier niet. Ander doel van het project is 'buitenlui' kennis te laten maken met het boerenleven. Bovendien hebben de dieren een goed leven en zie, ruik en voel je waar je eten vandaan komt. En dat is vandaag de dag een groot goed, met al die voedselschandalen van de laatste tijd.

Natuurlijk wilde ik wel even persoonlijk kennismaken met Golosa. 'Zoek haar maar op', lachte de boer (hij had geen kiespijn). En dus begeef ik me op de alpenweide, de grote bruine pannenkoeken omzeilend, met de pasfoto van mijn koe in de hand, op zoek naar Golosa. De dames liggen gezellig in kleine groepjes te herkauwen. Het is een heerlijk geluid, dat gekauw en gesnuif. Ze vinden het totaal niet storend dat ik even langs kom.

Maar hoe ik ook zoek, kijk en vergelijk: geen Golosa. Terwijl mijn reisgenoten hun koe al gevonden hebben en selfies met hun nieuwe aanwinst aan het maken zijn, kijk ik nog een keer vertwijfeld om me heen. Ligt ze daar dan? Het laatste groepje koeien. Ik klim het heuveltje op waar de dames zich geposteerd hebben. Dáár is ze! Ik check het nog een keer met de pasfoto maar er is geen twijfel mogelijk: dit is Golosa. Mijn koe.Wat is ze mooi! Ik maak een paar foto's van haar, geef een aai over haar neus, bewonder haar serene rust en uitstraling en neem afscheid van haar. Ciao Golosa!

Golosa (en ook de andere adoptiekoeien) kost zestig euro in het jaar. Tien euro gaat naar het goede doel, vijftig euro naar de boer. Die kan daar dan weer lekkere zuiveldingetjes van maken. En het mooie is: als ik weer bij Golosa langs ga dit jaar, krijg ik in het mini-winkeltje van de boer voor 50 euro's aan lekkere kaas, melk en andere zuivel mee. Heerlijk toch?


Niet alleen dit sympathieke initiatief is een goede reden om eens naar dit mooie gebied in Italië af te reizen. Trentino biedt zoveel meer. Er zijn bergen (de voorlopers van de Dolomieten), er zijn meren zoals Lago di Ledro, Lago di Levico en Lago di Caldonazzo (veel rustiger dan het toeristische Gardameer), je kunt hier prachtig wandelen, fietsen, zeilen en zwemmen. Dorpjes zoals Levico Terme en Pieve di Ledro zijn nog lekker Italiaans en je kunt er nog eens heerlijk eten ook.

Adopteer een koe: 
www.visitvalsugana.it/adottaunamucca

Informatie over Trentino:
www.vallediledro.com
www.visitvalsugana.it
www.trentinomarketing.org

woensdag 1 juni 2016

Boem Au

Nu ben ik niet echt een onhandig type, maar tijdens mijn laatste reis naar de regio Alentejo in Portugal noemde een van mijn reisgenoten me toch echt een kluns. Dat zit zo. Portugal was een actieve trip, met canyoning, hiken, fietsen en surfen. Nu ben ik altijd al sportief geweest, dus geen probleem. Maar ik heb nu eenmaal de onhebbelijkheid me overal tegenaan te stoten. Ik kijk teveel om me heen, waardoor ik niet uitkijk waar ik loop.

En dat is niet zo handig als je aan het canyoning-en bent.

Canyoning, ik had er wel 's wat op internet gezien, maar nooit zelf gedaan. Ik ben niet zo'n thrillseeker, ik hoef echt niet van een snelstromende waterval naar beneden te roetsjen. Hoefden wij gelukkig ook niet te doen. Wel in een snelstromende rivier je mee laten voeren, door beekjes heen klauteren en van een rots afspringen. Nee, daar zijn geen foto's van. Fotocamera's en smartphones zijn niet handig bij zo'n tocht. Gelukkig maakte de organisatie dit filmpje zelf al, dan heb je een indruk van wat ze zoal doen.

Onwijs mooie omgeving, in the middle of nowhere van Alentejo. Ze verhuren ook ingerichte tenten, dus als je echt op zoek bent naar terug naar de natuur: Azenhas da Seda is the place to be! Kijk hoe mooi het hier is:



Zag je die stenen en rotsen in het filmpje? Daar heb ik toch minstens vier keer kennis mee gemaakt. Schrammen, blauwe plekken en een schaafwond. Omdat ik weer om mee heen stond te kijken  - ja, vind je het gek, het is daar echt zó mooi, bloemen, riviertjes, bomen, heuvels, een klein paradijsje, daar kijk ik liever naar dan naar mijn voeten. Mijn geliefde noemt me niet voor niks 'Boem Au', want ook thuis is het regelmatig raak. Dan hoort hij weer een 'boem', gevolgd door een 'au'.  Vertel dit soort dingen niet aan je reisgenoten. Ze hebben meteen een bijnaam voor je.

Gelukkig heb ik altijd mijn mini-ehbo-kitje bij me:


Tijdens het wandelen door de binnenlanden van Alentejo - hiken is echt teveel eer voor het geslenter van ons, gemiddelde snelheid 2 km per uur, omdat we continue foto's wilden maken - kan er weinig gebeuren, zou je zeggen. Toch liep ik weer tegen een paar obstakels aan, steekmuggen in dit geval, die m'n kuiten weer aardig te grazen namen. Waarschijnlijk opgelopen tijdens deze fotosessie van de groep:


Of tijdens het maken van deze foto's van de bloemenzee en de kurkeiken waarmee we omringd werden:
 





Even later in de bus naar de volgende bestemming, vloog er één groot, zwart beest rond. Ik zei nog: joh, die steekt niet, laat maar met rust. Hij liet mij echter niet met rust. Net toen ik even mijn ogen wilde dichtdoen om dommelend de busreis te vervolgen, stak iets een mes in mijn elleboog. Djezes, dat deed zeer. Daar zat 'ie, de dader, dat grote zwarte, zogenaamd niet-stekende beest. Beestje is toen resoluut de bus uitgezet. Wat het was weet ik niet, wel dat mijn elleboog rood en behoorlijk dik werd.

Laatste dag van de reis: we gaan naar de kust, naar Carvahal, om surfles te krijgen. Prachtig strand, heerlijke branding, knalblauwe lucht: wat kan hier nog mis gaan? We krijgen een pak aan, want het water van de Atlantische Oceaan is steenkoud. Na de warming up en oefeningen op het strand gaat het dan echt gebeuren:


Surfen is best lastig. Liggen op zo'n plank is al een uitdaging met al die hoge golven, maar erop proberen te staan, lukte me nu nog niet. Na bijna twee uur en driehonderd pogingen kwam ik niet verder dan één voet op de plank. Maar toch ook wel een paar keer heerlijk door zo'n grote golf meegenomen en op het strand gekwakt. Washed up on the shore....
En daaaaar is het misschien toch weer mis gegaan. Want nadat ik was opgedroogd en opgewarmd, bleek ik onwijs veel pijn aan mijn duim en pols te hebben. Niks van gevoeld tijdens het surfen, waarschijnlijk verdoofd door de kou, maar nu..... w-au-w! 'Je bloedt', riep een van mijn reisgenoten even later. Nee toch, wat nú weer?! Bleek ik ook nog twee wonden aan mijn voet te hebben, die lekker aan het bloeden waren. Ik heb er echt talent voor :-)

In het vliegtuig terug naar huis, kon ik mijn arm nauwelijks nog bewegen. 's Nachts in mijn eigen bedje, kapot van een fantastische reis, en toch niet kunnen slapen van de pijn. Van mijn hand tot mijn schouder pijnscheuten, niet normaal meer. Paracetamol en ibuprofen-bommen: niets hielp. En natuurlijk is het weekend, dus geen huisarts beschikbaar. Dan maar even doorbijten tot maandag. Gelukkig nam de pijn in de arm in de loop van het weekend af, maar de pijnlijke pols bleef. En dat is best lastig verhaaltjes tikken, kan ik je vertellen. Maar ik moest wel, met een deadline in het vooruitzicht. Het is ook niet normaal meer hoe veel je je pols gebruikt, merk ik nu. Rust geven is er niet bij. Daarom bij de apotheek een brace gehaald:


Het gaat nu weer - twee weken na mijn surfavontuur - een stuk beter.
Tot de volgende BOEM AU.





maandag 16 mei 2016

Afkicken in het bos

De wandeltocht door Nationaal Park Hainich in de Duitse deelstaat Thüringen kwam vrijdag de 13e mei 2016 op een perfect moment. Ik was net drie dagen ondergedompeld geweest in de culturele, filosofische, religieuze en historische wereld van Weimar, Gotha en Eisenach. (Daarover later meer!)

Het bos, de bomen, de schone lucht en de stilte werkten als een bruistablet voor mijn overvolle hoofd. Even afkicken in dit stukje Unesco Werelderfgoed. Samen met ranger Jens en collega-reis/natuurjournalist Jan van www.reisdier.nl loop ik door de groene wereld. Af en toe staan we stil, om te  luisteren naar wat Jens te vertellen en/of/om tegelijkertijd een foto te maken:


Zie je dat groen met wit onderaan de bomen? Dat is daslook. Het ruikt hier naar heerlijk eten :-) 
Dit is een daslookje. Van de blaadjes schijn je lekkere pesto te kunnen maken. En vast nog veel meer lekkers. Over een paar weken is het hier een grote witte wereld, als alle bloemen in vol ornaat bloeien.

Er bloeit nog een heel schattig plantje in dit bos: het meiklokje oftewel lelietje-van-dalen. Een groen plantje met lieflijke witte belletjes aan takjes dat later rode besjes worden. Hoe cute ze er ook uit ziet: niet aanraken en al helemaal niet in je mond stoppen. Ze is zo giftig als wat. Eén blaadje, takje, bloemetje of besje en je bent dood of je moet op zijn minst aan de hartbewaking, vertelt ranger Jens vrolijk. Dit is de boosdoener:


Zo af en toe zie je iets moois waarvan je niet weet wat het is en zijn je wandelgenoten te ver weg om te vragen. Zoals deze witte rondjes aan een tak van een boom, die straks vast een prachtige bloesem vormen:

In dit deel van het natuurgebied - nabij het minidorpje met de illustere naam Hütscheroda - lopen zo'n 60 wilde katten rond. Zestig! En niet één gezien. Dat schijnt ook heel bijzonder te zijn, want zelfs ranger Jens heeft in de laatste tien jaar slechts een paar keer een glimp van zo'n beestje gezien. Dat ze er zijn, weten de natuuronderzoekers van - wat anders - onderzoek. Her en der staan krabpalen die bewerkt zijn met valeriaan. De wilde katten zijn daar gek op, geven kopjes, strijken langs de paal en het haar dat ze achterlaten wordt geanalyseerd. Nu is het best lastig dat een van je belangrijkste trekpleisters zich zo weinig laten zien. Daar hebben ze in Hütcherode iets op gevonden. In het dorpje is een wilde-katten-dierentuintje ingericht zodat je ze toch nog in een soort van 'wild' kunt zien.

De vier mannelijke katten hebben elke hun eigen (buiten)wereld, en hebben zo te zien een prima leven. Alleen mogen ze niet écht naar buiten, de natuur in, en dat is natuurlijk best zielig. Dieren in een kooi, hoe groot ook, ik hou er niet zo van. Toch ben ik best onder de indruk van de poezenbeesten. De wilde katten zien er stoer uit en zijn net zo eigengereid als elke andere huis-tuin-keukenkat. Gelukkig was er eentje bereid om voor ons te poseren:
Een stukje noordelijker in het natuurpark is nog iets bijzonders te bezoeken. Een pad hoog boven de grond, door de boomtoppen van het 'oerwoud'. Het boomkroonpad is een halve kilometer lang en ligt vlakbij Thiemsburg. We klimmen via trappen naar meer dan veertig meter hoogte en lopen tussen de ruisende boomtoppen. We zien een nestje van een vinkje, twaalf verschillende boomsoorten, een wasbeer in een holte van een boom en horen overal vogels zingen. Op de top van het pad, in een soort oranje Euromast, heb je een geweldig 360-graden-uitzicht over het natuurpark en Thüringen.


Ik ben (bijna) in de wolken en mijn hoofd is schoon en leeg. 
Wat een heerlijke afkicksessie.

 

(c) Sybylle Kroon, tweede Pinksterdag, 16 mei 2016 

vrijdag 29 april 2016

Via Ferrata Vertigo

Mijn allereerste echte klimervaring beleefde ik april 2016 op de Via Ferrata van Decin in Tsjechië. Via ferrata is Italiaans voor ijzeren weg. En dat is precies wat het is: een verticale weg langs een rots of berg, voorzien van een staalkabel die fungeert als jouw leidraad en veiligheidsgordel. Met twee karabiners zit je vastgeketend aan deze lifeline. Nu is het nog een kwestie van houvast voor je handen en voeten vinden en omhoog klauteren. Klettersteigen wordt het ook wel genoemd. Overal in Europa vind je dit soort klimpaden.
Via Ferrata in Decin, Tsjechië
Nu is er een reden dat ik niet eerder een rots ben opgeklauterd. Als verslaggever hing ik jaren geleden in het kader van participerende journalistiek ooit een paar meter boven de grond aan een indoor klimmuur en werd bevangen door hoogtevrees. Ik was zo bang dat ik nog dagen spierpijn had van de krampachtige manier waarop ik me tegen de muur probeerde staande te houden.

Ik stond in vol ornaat met helm en klimharnas beneden aan die berg in Decin en nog steeds dacht ik: dit ga ik niet doen. Pas toen ik een meisje van een jaar of tien ontspannen van twintig meter hoogte naar haar ouders beneden zag zwaaien, had ik zoiets van: als zíj het kan ...

En dus klauterde ik100 meter naar de top en was geen seconde bang. Simpelweg omdat je wel wat anders aan je hoofd hebt: waar zet ik mijn voet neer, kan ik dat richeltje nog pakken, heb ik mijn karabiners goed vastgezet, ik heb dorst en meer van dat soort filosofische overpeinzingen. Na anderhalf uur stond ik boven:

en kreeg als beloning een fantastisch uitzicht over Decin, de Elbe en het witte kasteel:



Mooie bijkomstigheid: ik had mijn vertigo overwonnen.

29 april 2016

zondag 27 maart 2016

Winter (toch nog)

Het was niet veel, de winter in Nederland. Niks, eigenlijk. Best jammer, want ik hou er wel van, pak sneeuw, veel ijs en lekker schaatsen. Verder dan dat was ik tot dit jaar ook niet gekomen. Skiën staat al jaren op mijn wensenlijstje, maar ik deed er niet veel mee. Tot 2016. Ik werd uitgenodigd voor drie winterse persreizen. En skiën stond ook op het activiteitenoverzicht. Dus ik moest er nu wel aan geloven. Om niet helemaal voor joker te staan, heb ik eerst zes lessen bij het indoorskicentrum in Sassenheim gevolgd voordat ik naar de Vogezen, de Alpen en Lapland vertrok.

Ik had het geluk dat de andere journalisten al konden skiën en zo kon het gebeuren dat ik tot drie keer toe privéles kreeg. Skiën ziet er heel gemakkelijk uit, maar ik weet nu wel beter. In de Vogezen (Vosges op z'n Frans) had het net dagenlang gesneeuwd en ik stond voor het eerst van mijn leven op deze kakelverse sneeuw op ski's. Daar zijn gelukkig geen foto's of nog erger, filmpjes van. Wel van het winterwonderland met duizenden kerstbomen waar ik doorheen mocht skiën:


In de Franse Alpen bij Samoëns was het schit-te-rend weer: mooi pak sneeuw, blauwe lucht. De hele dag skiles en nog bruin worden ook. Veel geleerd, ook hoe je 'elegant' op en af sleepliften, stoeltjesliften en gondels stapt. Bijkomend voordeel: ik was er eind januari, dus tussen kerst- en voorjaarsvakantie in. Rustig op de pistes en geen wachtrijen bij de liften. En ik kon zonder al te veel publiek -  maar wel met vallen en opstaan - de overstap van groen naar blauw maken. En ook nog genieten van het Grande Massif in de beeldschone Alpen:







Begin maart naar een echt koud winterland: Fins Lapland. Wie van winter houdt, moet echt hier heengaan. Overal waar je kijkt: sneeuw, sneeuw, sneeuw. Metershoog. Ook de sneeuwpoppen:


De bergen daarentegen vallen mee (of tegen, 't is maar hoe je het bekijkt). Er zijn zeven hoogvlaktes in Fins Lapland en Ruka is er een van. Hoger dan 750-1000 meter wordt het niet. Er zijn pistes in alle kleuren en je kunt er tot 's avonds laat skiën. Ook mooi: de skilift is IN het dorp. Daar loop je vanaf je hotel zo naartoe. Gezellig skidorp en prima faciliteiten, maar voor fanatieke skiërs iets minder uitdagend, want je bent in drie minuten beneden. Maar voor beginnelingen als ik: ideaal. Verder dan de blauwe piste ben ik niet gekomen, maar het ging wel weer een stuk beter dan de vorige keer. En zo werd het toch nog een beetje winter...

De artikelen over de Vogezen, Franse Alpen en Lapland verschijnen eind 2016 in de krant, voor het begin van het nieuwe winterseizoen. Als het zover is, laat ik dat weten. Eerst maar even genieten van lente, zomer en herfst 2016.


27 maart 2016